

De voornaamste redenen om te slopen
- De betrouwbaarheid van partijpolitici
De ouderwetse, 19e eeuwse en begin 20ste eeuwse politici met een solide wereldbeschouwing, een overtuiging of een missie zijn vrijwel uitgestorven. Ze waren rotsen in de branding, bedachtzaam in hun overtuiging. Vanaf half 20ste eeuw en begin 21ste eeuw hebben sluipenderwijs nieuwe typen politici de plaatsen ingenomen van de traditionele volksvertegenwoordigers: berekenende mannen en vrouwen die een soms korte periode “in Den Haag” zien als een mooie tussenstap in de carrière. Behendige persoonlijkheden die het spel tactisch spelen. Machiavelli is hun bijbel (“Il Principe”). Er is massale kritiek. Politici zijn te veel met hun eigenbelang bezig en vergeten vaak voor wie en door wie ze zijn gekozen. Ze sluiten als het uitkomt deals met bevriende bedrijven of organisaties en het komt voor dat die bedrijven dan worden bevoordeeld. Corruptie en witteboordencriminaliteit hangen als duivelen rond de politiek en politici. Het riekt naar bederf. Een groot deel van de demos heeft weinig tot geen vertrouwen meer in hen. Voelt zich niet serieus genomen en niet gehoord.
- * Het ego van partijpolitici
- * De kloof
- * Stemmen wordt zinloos
- * Het verval van de politieke partij
Vooral de laatste 35 jaren zijn de politieke partijen in verval geraakt. Waren het aanvankelijk de kiesverenigingen die kiezers samenbrachten om eendrachtig te knokken, in de loop van de laatste decennia lukte dat niet meer. Ze werken eerder remmend op de democratie dan bevorderend. In het begin waren ze het kanaal waarlangs zoiets als de “volkswil” in het vertegenwoordigende lichaam gebracht kan worden. De laatste jaren blokkeren ze de volkswil en isoleren ze zich van het volk. Ze vormen een scheidswand tussen de kiezer en het bestuur van het land. De verschijnselen van verval zijn talrijk:
- -Het woord partij is op zichzelf al dubieus. Partijen zijn meestal tegenover elkaar staande deelnemers aan een conflict of debat. Advocaten spreken graag van partijen en wederpartijen. Of van contractspartijen. De tegenstelling en de competitie zitten er al ingebakken. Het woord partij zet aan tot tegenstelling en escalatie. Contrasten zijn overigens heel gezond. Een wereld zonder verschillen is doodsaai en staat stil. Maar het jezelf opsluiten in een eigen sekte met een eigen gelijk en de verbinding met de andere kant waar mogelijk verbreken is niet goed voor de democratische gezondheid. We moeten met elkaar in gesprek blijven.
- -Om in een partij zichtbaar en kansrijk te worden moet je aan een partijcarrière werken. Dat wil zeggen eerst lid zijn van de jeugdafdeling, dan in tal van commissies en besturen plaatsnemen, politiek assistent worden van een kamerlid of minister. Pas dan ontstaan kansen op de lijst te komen. Kort gezegd moet je in het gevlij komen van de partijleiding. Je moet je plekje verdienen in de partijorganisatie en als beloning word je op een geven moment gekandideerd. Het resultaat is dat onze representatieve politici eerder partij-loyaal zijn dan kiezers-loyaal. Ze vertegenwoordigen immers niet hun achterland of electoraat, maar hun partij waaraan ze hun carrière te danken hebben.
- -De lijst die aan de kiezer aangeboden wordt bestaat in dit licht uit voor het electoraat volstrekt onbekende mensen. Logisch, het zijn de partijtijgers en tijgerinnen. Ze staan op de lijst doordat ze door het partijbestuur en partijleiding zijn uitgekozen. De uitverkorenen. Hoewel de PvdA anno 2016 haar best doet dit te doorbreken met een open lijstrekkersverkiezing, is dit grosso modo de teneur. De kiezer kent meestal maar een paar topmensen van de lijst, meestal bekende politici of bewindslieden. Dus op die mensen komen de stemmen terecht, de rest glijdt met de lijsttrekkers (en –duwers) de Tweede Kamer binnen. Als volstrekt onbekenden van het electoraat. Dit heeft niets meer met volksvertegenwoordiging te maken.
- -De partij begint als organisatie meer en meer het karakter van een sekte te vertonen. Een gesloten organisatie met een ons-kent-ons mentaliteit. De club heeft een opvallende vlag, een kleur of een logo. De partij is een merk. Aan de top staat vaak één bejubelde Leidersfiguur, omgeven door secondanten. De Leider heeft het laatste woord als het gaat om partijprogramma en verkiezingslijst. Hij (of soms zij) staat in de spotlight en koestert zich in alle mediale aandacht. Bij sommige iets progressievere partijen bestaat er nog een commissie die de kandidaten selecteert, screent en in volgorde neerzet, maar bij andere, vaak grotere partijen is het een kwestie van de macht hebben. Op de lijst komen is dan het resultaat van uitgekozen worden door de leiding.
- -Het meest weerstand opwekkende van het partijsysteem is de bestuurlijke beslotenheid. De enige mensen die toegang hebben tot ’s lands vertegenwoordiging en bestuur zijn immers de actieve leden van een politieke partij (in Nederland is volgens G. Voerman van de DNPP 2.2% van de bevolking lid van een partij). Zij vormen maar een fractie van de bevolking. Zij bepalen wie burgemeester wordt, wie minister wordt, commissaris, parlementariër of lid van een adviesraad. Het is dus een gezellig onderonsje. Ook hier geldt: zorg dat je goed ligt bij de powers that be. Zorg voor je connecties en maak vrienden in de partij. Dan is je bedje gespreid.